Over Mest

Koe

Over Mest

Ik geloof dat Monsieur de la Noix begint te vermoeden dat we echt niet zo slim zijn als onze bemodderde regenlaarzen en oude spijkerbroek doen vermoeden. Wij kijken nu naar onze tenen en wiebelen wat heen en weer “Uhhhh, het is voor onze groentetuin om groente te verbouwen,” mompel ik deze keer om Santi wat bijstand te verlenen.
Santi en ik zijn op zoek naar mest voor onze groentetuin. Steeds beter begrijpen we het belang van voedsel toevoegen aan je bodem. Planten zijn eigenlijk net als mensen. Wij gedijen goed wanneer we gezond eten, een beetje lichaamsbeweging krijgen en goed voor ons lichaam en geestelijke gesteldheid zorgen. Plantjes bloeien op van een humusrijke bodem eventueel verrijkt met compost, mest en mulch en wat goede weersomstandigheden zoals zon en water. We voegen graag wat mest toe wanneer we jonge bomen en bosjes planten, maar waar goede mest te vinden? Met een zak van het tuincentrum kunnen we niet zoveel, we hebben minstens een trailer nodig. Op het platteland en in ons kleine dorp waar iedereen elkaar kent en weet wie wat doet is de Mairie de bron van informatie. Wij bellen de secretaresse van het gemeentehuis op om te vragen waar we dichtbij goede mest kunnen vinden. “Oh,” zegt de rechterhand van de burgemeester. “Ik verbind je even door met mijn collega.” Collega-secretaresse reageert enthousiast. “Ja hoor, wij hebben heeeeeel veel mest. mijn man is namelijk schapenhouder. Hoeveel hebben jullie nodig? Een vrachtwagen?” Wanneer Santi zegt dat we ongeveer twee aanhangwagens kunnen gebruiken, wat ons immens veel lijkt, reageert ze bijna teleurgesteld. Dat maakt nog niet eens een deuk in de berg die bij hen achter het huis ligt. Met een routebeschrijving op zak hangen wij de aanhangwagen aan onze auto en gaan op weg. Collega-secretaresse heeft haar man “Monsieur de la Noix” al gebeld dat we er aankomen.

Vijf minuten later rijden we een lange oprijlaan op. Aan beide kanten van de auto kijken we uit over uitgestrekte velden. We stellen ons voor dat in de lente de velden zijn versierd met buitelende lammetjes. Maar in december is de zware kleigrond van onze regio volgezogen met water. Schapen en koeien zouden de grond vertrappelen tot een modderige brei en worden daarom binnengehouden in de stallen waar ze bijgevoerd worden met hooi en wat granen. Aan het einde van de oprijlaan rijden we een boerderij op met een grote stal en hooischuur. Terwijl we uitstappen komt een gigantische blauwe tractor op ons afrijden. Er stapt een bonkige man met kort grijs haar en stoppels op zijn wangen uit. Hij heeft een oude spijkerbroek aan en zijn geblokte overhemd staat strak om zijn buik. In de hoek van zijn mond hangt een sjekkie. Zijn gezicht vertoont geen emotie. De geruststellende glimlach die je uitwisselt als je iemand nieuw ontmoet in onze Nederlandse Randstad, altijd gevolgd door een enthousiaste “leuk je te ontmoeten”, zul je hier niet krijgen. Zijn grote handen zitten onder de modder en Santi krijgt een pols toegestoken die hij schudt met zijn hand. Zo doe je dat hier op het platteland wanneer je vieze handen hebt en er is geen kraan in de buurt. Ik buig me naar voren en we geven elkaar de twee gebruikelijke zoenen, die hier niet meer dan een pols schudden betekenen. “Enchanté, je m’appelle Sandra,” zeg ik met zingende stem en een grote glimlach. Mijn Randstadse aard is toch nog niet helemaal weg. “De la Noix,” bromt hij terug. Ik kijk wat nieuwsgierig rond terwijl Santi zijn best doet de juiste beleefdheden uit te wisselen. Hij legt uit dat wij die mensen van die camping zijn naast Monsieur en Madame Guéry en er wordt wat gekletst over weer en schapen. Dan wendt M. de la Noix zich tot mij. “U bent toch Nederlands,” vraag hij me nieuwsgierig opnemend. “Oui, je suis Hollandaise,” antwoord ik braaf. “Non, non, vous êtes Néerlandaise!” zegt hij vastbesloten. Zijn gezicht licht op en we krijgen nu een enthousiast 10 minuten durend monoloog over wat het verschil is tussen Nederland en Holland. Ik knik beleefd en toch ook verbaasd. Onverwacht dat een boer in het 250-inwoner tellende Saint Jean de Duras mij corrigeert over het verschil tussen Nederland en Holland. 30 minuten later, de normale introductietijd voor je laat weten waarvoor je komt, vraagt hij waarom we er zijn. “Mest,” zegt Santi “we willen graag mest.” “Wat voor mest?” komt er als tegenvraag, waar we toch lichtelijk door uit het veld worden geslagen. We hebben gehoord dat hij zowel koeien- als schapenmest heeft. “Uhhh, een mix?” Probeert Santi. “Maar wat voor mest wil je dan?” Vraag hij nu iets dringender. Wat ons betreft dezelfde vraag, maar het mest-antwoord hebben we al een keer gegeven, dus daar is hij vast niet naar op zoek. Santi en ik kijken elkaar stiekem vragend aan. “Wat ga je er mee doen?” Voegt Monsieur de la Noix eraan toe. Aha. “Het is voor onze groentetuin,” roept Santi uit, opgelucht dat hij het juiste antwoord heeft gevonden. “Ja, maar ik weet niet wat je ermee gaat doen?” Ik geloof dat Monsieur de la Noix begint te vermoeden dat we echt niet zo slim zijn als onze bemodderde regenlaarzen en oude spijkerbroek doen vermoeden. Wij kijken nu naar onze tenen en wiebelen wat heen en weer “Uhhhh, het is voor onze groentetuin om groente te verbouwen,” mompel ik deze keer om Santi wat bijstand te verlenen.

Monsieur de la Noix heeft eindelijk begrepen dat hij het zo eenvoudig mogelijk moet maken voor ons en maakt er een multiple choice test van. “Wil je oude mest, nieuwe, medium oude, wil je er stro in hebben?” Aha, hier hebben we weleens het een en ander over gelezen. Hoe ouder hoe beter n’est-ce pas? “Oud alstublieft,” roepen we in koor. “Maar wat ga je er dan mee doen?” Probeert Monsieur de la Noix toch nog maar eens en hij onderdrukt een zucht. Voor de zekerheid voegt hij nog wat extra informatie over mest erbij. “Wil je de grond verbeteren, zodat je meer opbrengst krijgt? Wat voor machines heb je om de mest de grond in te werken. Oude mest is kruimeliger en goed om de grond te verbeteren en kun je bovenop de grond gooien. Nieuwe mest zorgt voor een hogere productie maar moet echt de grond ingewerkt worden en dan kun je beter mest met veel stro nemen. Hoewel dit laatste doen we meestal in de herfst, het is daar nu een beetje laat voor.”

Opgelucht dat we nu ongeveer de antwoorden weten vertellen we dat we alleen scheppen hebben en voegen er ten overvloede nog maar een keer aan toe dat we tomaten en sla gaan planten in het voorjaar. Monsieur de la Noix stuurt ons naar huis met een aanhangwagen vol oude kruimelige goed gecomposteerde mest.

De volgende ochtend staan wij de inhoud van de trailer over onze tuin uit te spreiden en horen een motor aankomen. Monsieur de la Noix stapt vrolijk zwaaiend zijn motor af. “Ik dacht ik kom even kijken hoe groot jullie tuin is, zodat ik weet wat jullie precies nodig hebben,” kondigt hij behulpzaam aan. Onderwijl kijkt hij nieuwsgierig rond. Hij weet al jaren dat hier twee rare nieuwe snaters wonen, maar heeft nog nooit de gelegenheid gekregen eens langs te komen. Santi geeft hem trots een toertje over ons land. We hebben er een goede nieuwe buur bij.

 

(Uit boek: Op Scheppen! Een boek vol permacultuur, anekdotes en recepten van een boerderij in Frankrijk. Te koop bij www.anoda.nl/shop)

Sandra Schrijft

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *