De Sterkste bewoner van de wereld – over hugelkultur

Sandra en Santi

De Sterkste bewoner van de wereld – over hugelkultur

Al wandelend door de tuin ontmoet ik vandaag voor het eerst een bijzondere bewoner. Ik kende hem nog niet, terwijl hij toch al minstens 4 jaar op ons plekje moet wonen. Vanuit mijn ooghoek zie ik hem ineens in de tuin en ik blijf stilstaan om hem van wat dichterbij te bekijken. Hij gaat er echt even voor zitten, gewend aan bewondering als hij is. Lichtvoetig beweegt hij zich een klein stukje naar voren en laat de stralen van de middagzon zijn gepantserde zwarte torso glanzen in diverse kleuren. Zijn neus vertoont een indrukwekkende hoorn. Door zijn kop de lucht in te steken ziet hij eruit als een ridder in harnas die met zijn lans in de lucht moedig ten strijde trekt. Vol bewondering zak ik door mijn knieën om het gespierde wezen van nog dichterbij te kunnen bekijken. Het is een kever van indrukwekkende proporties. Ik heb in ieder geval nog nooit zo’n grote gezien. Minstens 8 centimeter lang! Ik zie nu dat er zelfs een lichte rode gloed over zijn schild heen ligt. Dan ruk ik mijn blik van hem los. Ik moet weten wie hij is. Jammer genoeg ben ik de zwartekevertaal niet machtig en dus moet ik het voor basale vragen als “hoe heet je?” van Wikipedia hebben. Met een haastig afscheid en de stille maar vurige wens dat hij nog eens vaker ten tonele zal verschijnen ren ik naar binnen om “gehoornde kever” op mijn computer te ratelen. Onderwijl huppelt mijn fantasie in rondjes. Hij is vast minifamilie van de neushoorn! Die pantsers, die neus, hij heeft er echt iets van weg. Met een paar keer klikken heb ik hem. Ik was niet de eerste die dacht aan een neushoorn. Zijn naam spreekt boekdelen: De Neushoorn Kever. De grootste in zijn keverfamilie en de sterkste man van de hele wereld. Niet alleen wint hij het van de kevers! Nee, deze ridder is de sterkste van ons allemaal. Hij kan tot bijna 850 keer zijn gewicht opdrukken. Onze sterkste mannen van de wereld (je weet wel: Sigmar Sigmarson en kornuiten) doen een wedstrijdje vrachtwagen trekken, maar mijn prachtige neushoornkever kan, relatief gezien dan, wel minstens zes vrachtwagens tegelijk optillen!
Als warmteaanbidder kiest de neushoornkever het liefste een huis in de tropen. Daar kleden ze zich als glanzende, in flashy geel en rode zwembroek gestoken, gespierde bodybuilders. In het frisse Europa leeft een soort dat zich Darwinistisch heeft aangepast aan de barre levensomstandigheden. Hier gaan ze op zoek naar ecologisch gebouwde onderkomens in de vorm van composthopen met veel hout. Door het broeierige rottingsproces blijft het in de hoop heerlijk warm, wat vooral tijdens barre winters van groot belang is.
Een aantal jaar geleden hebben wij zo’n rottende composthoop vol hout en takken geïntroduceerd in de tuin. Wisten wij veel dat wij een huis voor mijn vriend De Neushoornkever aan het bouwen waren. Wij dachten dat we aan het experimenteren waren met zogenaamde Hugelkultur, een techniek die bijna bij toeval uitgevonden is door een briljante permacultuurboer Sepp Holzer. Eens per jaar kwam er een machine bij Sepp langs om gesnoeide en afgevallen takken te versnipperen, wat hij weer gebruikte als mulch voor de bodem. Op een jaar was er zoveel hout dat hij en zijn vrouw het met de machine niet konden bijwerken. Een gedeelte van de takken en houtstronken bleef ongesnipperd achter. Sepp besloot het hout in rijen te duwen met de tractor, er grond overheen te gooien en jonge beplanting direct in de heuvel te planten. Zo werd hugelkultur geboren. De beste uitvindingen komen soms per ongeluk tot stand, want het werd een daverend succes. Santi en ik houden wel van daverende successen, dus wij gingen ook hugelkultur uitproberen:

Zelf doen: Hugelkultur
Benodigdheden

  • Karton
  • Boomstammen of dikke takken
  • Dunne takken
  • Grond
  • Dikke laag mulch (bodembedekking zoals stro of hooi)

 

Volgens de officiële hugelkultur aanhangers moet je eigenlijk beginnen met de grond een stukje uit te graven. Maar ja, ga daar maar eens aan beginnen in zware klei op het verkeerde tijdstip van het jaar. Wanneer het bij ons droog is, is de grond keihard en lijkt gaten graven erop alsof je met een bot mes een gat probeert te maken in een betonvloer. In plaats van uitgraven legden wij een dikke laag karton over het gras. Het karton zorgt ervoor dat het gras doodgaat en niet door je hele hoop heen blijft groeien. Op het karton plaatsten we een laag oude boomstammen, dunnere takken, een laag grond en we eindigden met een dikke laag stro. Het rottende hout houdt vocht vast, geeft langzaam voedsel terug aan de grond en blijft altijd wat warmer. Super omstandigheden om planten, bosjes en bomen in te planten en uitbundig te laten groeien.

Maar net zoals een goede vriendschap door ups en downs heen gaat hadden we ook wat ongemakken met ons hugelkultur tuinbed. Na een wervelende start in het voorjaar, met weelderig groeiende plantjes, kwam de grote uitdaging in de snikhete zomer. Onze nieuwgebouwde heuvel was met zijn nieuwe grond enorm waterdoorlatend. Met gieters vol water probeerden we dorstige planten van een wisse dood te behoeden. Het lukte ons bij sommige, van andere moesten we afscheid van nemen. We hielden vol en met het passeren van de maanden composteerde de hoop en damde de heuvel wat verder in om zo minder waterdoorlatend te worden. De overlevende planten wortelden dieper en waren zodoende niet meer afhankelijk van alleen het water aan de oppervlakte. Nieuwe bewoners deden hun intrede, die op hun beurt ook weer bijdroegen aan de vruchtbaarheid van de hoop. Holletjes van schattige minimuisjes met spitse neuzen verschenen. Op een dag was er ineens een hardwerkende, krioelende mierengemeenschap. En toen, vier jaar later, was daar ineens de sterkste en knapste van allemaal; de gespierde neushoornkever.

Sandra Schrijft

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *